Wat een contentstrategie moet vastleggen voordat je publiceert
Vraag tien ondernemers of ze een contentstrategie hebben en de meesten zullen ja zeggen. Vraag vervolgens welke vragen ze structureel beantwoorden, voor wie ze dat doen en welke onderwerpen ze bewust laten liggen, en het antwoord wordt een stuk minder vanzelfsprekend.
Daar zit het verschil tussen een contentstrategie en een contentplanning. Een planning vertelt wat je volgende maand publiceert. Een strategie bepaalt eerst waarom dat onderwerp überhaupt de moeite waard is.
Dat klinkt als een klein verschil, maar het verklaart waarom bedrijven jarenlang blogs, nieuwsberichten en LinkedIn-posts kunnen publiceren zonder dat er een duidelijke positie of structurele vindbaarheid ontstaat.
Een contentstrategie begint daarom niet met de vraag wat je gaat maken. Hij begint met de vraag op welke onderwerpen je bekend wilt worden en welke je bewust laat liggen.
Wat is een contentstrategie?
Er bestaat geen universele definitie waar ieder bureau hetzelfde onder verstaat. Wij gebruiken de term voor de keuzes die vóór productie moeten worden gemaakt.
Een contentstrategie legt in ieder geval vast:
voor welke doelgroep je content maakt
welke vragen en onderwerpen voor die doelgroep belangrijk zijn
op welke onderwerpen je als organisatie bekend wilt worden
wat de lezer na een publicatie moet weten, onthouden of doen
en welke onderwerpen je bewust niet gaat behandelen
Dat laatste onderdeel is belangrijker dan het misschien klinkt.
Ideeën zijn er bijna altijd genoeg. Iedere afdeling kan onderwerpen aandragen, iedere klantvraag kan een artikel worden en met AI is het inmiddels eenvoudig om in een middag een lijst met honderd nieuwe titels te produceren.
Het probleem is daardoor niet langer een tekort aan onderwerpen. Het probleem is kiezen welke ervan bijdragen aan de positie die je wilt opbouwen.
Een lijst groeit vanzelf. Een strategie snoeit hem terug.
Contentstrategie, contentmarketing en contentkalender zijn niet hetzelfde
Die begrippen worden regelmatig door elkaar gebruikt. Wij maken het onderscheid als volgt.
Begrip | Wat het bepaalt |
|---|---|
Contentstrategie | Voor wie je publiceert, welke onderwerpen je kiest en wat je ermee wilt bereiken |
Contentmarketing | Het maken, publiceren en verspreiden van die content |
Contentkalender | Wat er wanneer verschijnt |
Redactieproces | Wie schrijft, beoordeelt en publiceert |
De volgorde is belangrijk. Wanneer je begint met de kalender, ontstaat vanzelf de vraag waarmee je de lege vakjes gaat vullen.
Dan verschijnen onderwerpen als een nieuwe medewerker, een jubileum, een beurs waar het bedrijf staat of een nieuw intern project. Daar hoeft niets mis mee te zijn. Alleen is het feit dat iets binnen je organisatie gebeurt nog geen reden waarom iemand daarbuiten het wil lezen.
Een goede contentkalender is daarom het gevolg van een contentstrategie. Niet andersom.
Waarom publiceren zonder duidelijke keuze weinig oplevert
In het B2B Content Marketing Trends-onderzoek voor 2026, gehouden onder ruim duizend overwegend Noord-Amerikaanse marketeers, zegt 97 procent van de ondervraagden dat hun organisatie een contentstrategie heeft. Tegelijkertijd blijft het maken van content die daadwerkelijk tot actie leidt hun grootste uitdaging.
Dat betekent niet dat die strategieën allemaal slecht zijn. Het laat vooral zien dat een strategie hebben en voldoende scherpe keuzes maken niet hetzelfde zijn.
Hetzelfde zie je terug wanneer je naar het web als geheel kijkt. Ahrefs analyseerde ongeveer veertien miljard pagina's en schatte dat ruim 96 procent daarvan geen organisch verkeer uit Google ontvangt. Daar zijn verschillende oorzaken voor, maar een van de eenvoudigste is ook de meest onverbiddelijke: er bestaat nauwelijks zoekvraag naar het onderwerp.
Je kunt een uitstekend artikel schrijven en er technisch alles goed aan doen. Maar wanneer niemand het onderwerp zoekt en ook niemand op een andere manier reden heeft om het te lezen, is de kans klein dat die publicatie veel gaat bijdragen. Daarom hoort onderwerpkeuze vóór productie.
Begin bij de vragen die je toch al beantwoordt
De beste onderwerpen hoef je vaak niet te bedenken. Ze komen iedere week voorbij.
Tijdens een verkoopgesprek vraagt iemand waarom jullie aanpak anders is. Een klant wil weten wat iets kost. Een prospect vergelijkt twee oplossingen. Iemand twijfelt of een bepaalde investering voor zijn organisatie wel nodig is.
Dat zijn geen contentideeën uit een brainstorm. Het zijn echte vragen uit je markt.
Juist daarom zijn verkoopgesprekken een interessante bron voor contentstrategie. Noteer welke vragen regelmatig bij verschillende prospects terugkomen. Vooral de vragen waar je niet met één zin op kunt antwoorden, maar waarvoor je context moet geven, iets moet vergelijken of een misverstand moet wegnemen. Daar zit vaak de beste content.
Voeg daar zoekdata aan toe
Vervolgens kun je onderzoeken of dezelfde vraag ook online wordt gesteld. Zoekdata vertelt niet alleen hoeveel mensen iets zoeken, maar ook welke woorden ze gebruiken en welke onderwerpen rondom dezelfde vraag liggen.
Dat hoeft niet altijd om enorme aantallen te gaan. Voor een specialistisch B2B-bedrijf kunnen twintig relevante zoekopdrachten per maand commercieel interessanter zijn dan duizenden bezoeken op een breed onderwerp dat nauwelijks aansluit op de doelgroep.
Zoekvolume is daarom geen doel op zichzelf. De interessante vraag is hoeveel van de mensen achter die zoekopdracht daadwerkelijk tot je markt behoren.
Contentstrategie gaat net zo veel over wat je weglaat
Zodra duidelijk wordt voor wie je schrijft en welke vragen belangrijk zijn, wordt een groot deel van de onderwerpenlijst vanzelf minder relevant.
Dat kan intern ongemakkelijk zijn. Een collega heeft een goed idee. Een concurrent schrijft ergens over. Een zoekwoordtool laat een onderwerp met veel volume zien. Of iemand vindt dat het bedrijf hier eigenlijk ook iets mee moet.
Maar een contentstrategie hoeft niet ieder mogelijk onderwerp af te dekken. Sterker nog: als je op ieder aangrenzend onderwerp probeert zichtbaar te worden, wordt het steeds moeilijker om ergens werkelijk bekend om te staan.
Geef iedere publicatie daarom een duidelijke hoofdvraag. Dat betekent niet dat een artikel maar één kleine vraag mag beantwoorden. Een goed stuk kan juist meerdere deelvragen behandelen. Maar al die informatie moet bijdragen aan hetzelfde onderwerp.
Dat levert betere content op voor de lezer én maakt veel duidelijker waarop je met de pagina relevant wilt zijn.
Veel bedrijven hebben geen tekort aan content. Ze hebben vooral onvoldoende zicht op welke onderwerpen werkelijk bijdragen aan hun vindbaarheid en positie.
Wij kunnen je bestaande content, zoekdata en belangrijkste klantvragen naast elkaar leggen. Zo wordt zichtbaar waar kansen liggen, welke onderwerpen prioriteit verdienen en wat je beter kunt laten liggen.
)
Publiceer je over de juiste vragen?
Ontdek waar je grootste contentkansen liggen.
Goede content hoeft niet direct een aanvraag op te leveren
Een ander probleem ontstaat wanneer content te snel wordt beoordeeld. Een artikel wordt gepubliceerd, er komt in de eerste weken geen offerteaanvraag uit en de conclusie is dat contentmarketing weinig oplevert.
Zo werkt een B2B-keuze vaak niet. Iemand kan een artikel lezen tijdens een eerste oriëntatie en maanden later contact opnemen wanneer het project concreet wordt. Tegen die tijd zoekt hij misschien rechtstreeks op je bedrijfsnaam, belt hij na een aanbeveling of komt hij via een andere pagina binnen.
Het oorspronkelijke artikel krijgt dan zelden alle eer voor die aanvraag.
Daarom moet niet iedere publicatie dezelfde functie hebben. Een artikel over wat kost een rebranding? kan iemand relatief dicht bij een concrete opdracht bereiken. Een artikel over wanneer is een rebranding nodig? kan veel eerder in de oriëntatie worden gelezen. En een inhoudelijk onderzoek binnen jouw markt kan vooral bedoeld zijn om expertise en bekendheid op te bouwen.
Die verschillende rollen moeten vooraf duidelijk zijn. Anders wordt ieder stuk afgerekend op dezelfde conversie waar het nooit voor gemaakt is.
Hoe weet je dan of een artikel werkt?
Meet een publicatie op de rol waarvoor je hem hebt gemaakt. Zoekcontent op vindbaarheid en relevant verkeer, commerciële content op doorstroom en aanvragen, en inhoud waarmee je bekendheid wilt opbouwen bijvoorbeeld op vermeldingen, links en gebruik door sales.
Dat hoeft niet ingewikkeld te worden. Het belangrijkste is dat je vóór publicatie weet welk resultaat je verwacht. Dan kun je achteraf ook iets zinnigs beoordelen.
Hoe vaak moet je publiceren?
Er bestaat geen publicatiefrequentie die automatisch betere resultaten oplevert.
Een vast ritme kan organisatorisch handig zijn. Het zorgt ervoor dat kennis wordt opgehaald, artikelen worden afgemaakt en content niet steeds onderaan de prioriteitenlijst verdwijnt. Maar de kalender zelf creëert geen vraag.
Eén goed artikel per maand over een vraag die daadwerkelijk in je markt leeft kan daarom waardevoller zijn dan vier stukken die vooral verschijnen omdat iedere week een publicatiemoment is ingepland.
Dat betekent niet dat minder altijd beter is. Heb je voldoende relevante vragen, kennis en capaciteit om meerdere sterke stukken per week te publiceren, dan is daar niets op tegen.
De volgorde blijft hetzelfde: eerst bepalen wat het maken waard is, daarna bepalen hoeveel daarvan je aankunt.
Kijk ook naar wat er al staat
Een contentstrategie hoeft niet alleen over nieuwe artikelen te gaan. Vaak staat er op een website al jaren bruikbare content die nooit volledig is afgemaakt, inmiddels verouderd is of net niet goed aansluit op de vraag waarop mensen binnenkomen.
Voordat je twintig nieuwe onderwerpen toevoegt, is het daarom zinvol om te bekijken wat al zichtbaar is. Welke pagina's krijgen vertoningen maar nauwelijks klikken? Welke artikelen ranken net buiten de eerste resultaten? Waar komen bezoekers binnen? Welke pagina behandelt een relevante vraag, maar geeft nog geen volledig antwoord?
Soms ligt de snelste winst niet in publiceren. Maar in afmaken.
Wat verandert AI aan contentstrategie?
Vooral de snelheid waarmee verkeerde keuzes opgeschaald kunnen worden.
AI heeft het maken van teksten goedkoper en sneller gemaakt. In het B2B-onderzoek van Content Marketing Institute ziet de sector dan ook vooral winst in productiviteit en efficiëntie.
Bij kwaliteit is het beeld minder overtuigend. Een deel ziet nauwelijks verschil en 12 procent van de marketeers die AI inzetten geeft zelfs aan dat de contentkwaliteit daardoor is afgenomen.
Tegelijkertijd staat investeren in AI-tools bovenaan de investeringsplannen van B2B-marketeers voor 2026, terwijl investeren in mensen onderaan staat. Dat is opvallend, omdat effectieve teams hun verbetering juist vooral toeschrijven aan relevantie en kwaliteit van content en aan de kennis en vaardigheden van hun mensen.
AI kan dus veel werk versnellen. Onderzoek samenvatten, eerste structuren maken, bestaande informatie analyseren, varianten ontwikkelen en productie ondersteunen.
Maar AI beslist niet automatisch welk onderwerp voor jouw organisatie commercieel relevant is. Daarvoor moet je nog steeds begrijpen wat klanten vragen, waar jouw expertise ligt en welke positie je wilt opbouwen.
Zonder die keuze vul je een kalender alleen sneller.
Waar een contentstrategie werkelijk begint
Niet bij een lege kalender. Begin bij de gesprekken die de afgelopen maanden al zijn gevoerd.
Welke vragen moest sales vaker uitleggen? Waar twijfelden klanten over? Welke vergelijking kwam telkens terug? Welke kennis bezit de organisatie die voor klanten vanzelfsprekend waardevol blijkt, maar online nauwelijks zichtbaar is?
Combineer dat met zoekdata en met de positie die je als organisatie wilt opbouwen. Daar ontstaat een onderwerpenlijst uit die veel korter zal zijn dan wat AI of een brainstormsessie in een middag kan produceren.
Bij ieder nieuw voorstel begin je daarom met dezelfde vraag: welke vraag van een klant beantwoorden we hiermee, en waarom is juist die vraag belangrijk genoeg om tijd in te steken? Kun je daar geen goed antwoord op geven, dan hoeft de publicatie waarschijnlijk niet gemaakt te worden.
Dat is juist de bedoeling. Want het doel van een contentstrategie is niet om genoeg onderwerpen te hebben om te kunnen blijven publiceren. Het doel is om ervoor te zorgen dat ieder onderwerp dat je wél maakt ergens aan bouwt.