Concurreren op prijs begint niet bij je offerte
Concurreren op prijs voelt als een prijsprobleem. Dat is het zelden. Je offerte lag naast twee andere, en alle drie beschreven ze een aanpak, een planning en een bedrag. De klant zag één veld dat verschilde.
Dus koos hij daarop. Dat besluit viel niet bij het openen van je offerte, maar weken eerder. Hieronder waar het wel viel, hoe je nagaat of het bij jou zo werkt, en wanneer prijs juist wel het goede argument is.
Waarom je offerte op prijs wordt vergeleken
Omdat er niets anders te vergelijken valt. Leg drie offertes uit dezelfde branche naast elkaar en je leest drie keer hetzelfde, in een andere volgorde en met een ander logo erboven. Ruime ervaring. Korte lijnen. Persoonlijke aanpak.
Wat is daar mis mee? Het zijn woorden die bij alle drie passen, en die dus bij niemand horen. Wat overblijft aan verschil is het bedrag onderaan. Prijs is dan geen bezwaar. Prijs is het enige meetbare veld op tafel, en dat je klant daarop kiest kun je hem moeilijk kwalijk nemen.
En je hoort het nooit terug. Wie op prijs kiest zegt niet dat hij geen verschil zag, die zegt dat hij met een andere partij verdergaat en houdt de reden voor zich. Jij noteert het als een prijskwestie.
De goedkoopste kiezen is niet dom
Hier verpesten wij weleens een gesprek mee. Beloven drie aanbieders hetzelfde, dan is de goedkoopste de verstandigste keuze. Niet de domste. Er ligt geen reden op tafel om meer te betalen, dus betaalt hij niet meer. Zo simpel is het.
De klant die de goedkoopste kiest, kiest verstandig.
Dat is geen gebrek aan waardering voor je vak. Dat is rekenen met wat hij gekregen heeft. Het gat zit niet in zijn oordeel, maar in wat er lag om over te oordelen. En dat lag er al voordat jij ging schrijven.
Wat concurreren op prijs echt kost
Eén verloren opdracht is een verloren opdracht. Het patroon erachter is het dure deel. Je zakt met je tarief voor de volgende aanvraag. Misschien win je die. Is dat winst?
Je hebt dan bewezen dat je zakt, en de volgende klant vraagt om hetzelfde. Zo koop je omzet met marge. En marge is het geld waarmee je je mensen, je materiaal, je verzekeringen en de fouten die je nu eenmaal maakt van betaalt. Ondertussen verandert er niets aan de reden waarom je vergeleken werd.
)
Levert elke aanvraag een prijsgesprek op?
Korting komt uit je marge, niet uit je omzet.
Waar de vergelijking werkelijk valt
Voordat je iets verstuurt. De klant heeft je site gezien, je LinkedIn doorgeklikt en je naam ergens horen vallen bij iemand die jullie allebei kennen. Daar vormt hij zijn beeld, en op dat moment heeft je klant je allang beoordeeld.
Zegt dat beeld niets wat de andere twee niet ook zeggen, dan begint het gesprek bij nul en is je offerte het eerste echte vergelijkmoment. Dat is de duurste plek om je verhaal te beginnen. Waarom duur? Je hebt dan nog één document en geen tweede kans.
Bij Poetszorg zagen we de omgekeerde volgorde. Het merk en de site stonden er eerst, en daarna kwam de stroom sollicitaties zo hard op gang dat de werving werd stilgelegd voordat er één advertentie draaide. Dat is de arbeidsmarkt en niet je offertestapel.
Wij rekenen ons daar niet rijk mee. Het mechanisme is wel hetzelfde. Wie vooraf weet waar hij terechtkomt, vergelijkt op het laatste moment niet meer. Wij kunnen dat verband alleen niet in een percentage vangen, en wie dat wel doet rekent iets voor wat hij nooit gemeten heeft.
Word jij op prijs vergeleken
Loop deze vijf signalen na en turf hoeveel er op jou slaan. Ze gaan over wat er gebeurt vóór je offerte, niet erin. Doe het over je laatste vijf aanvragen en niet over je gevoel. Dat scheelt.
Wat je nagaat | Je wordt op prijs vergeleken als |
|---|---|
De eerste vraag | wie belt, als eerste wil weten wat het kost |
Het aantal | je standaard hoort dat er nog twee offertes onderweg zijn |
De reden | wie afhaakt geen enkel inhoudelijk verschil noemt |
De tekst | er in je offerte geen zin staat die je concurrent niet ook kan schrijven |
De marge | je gemiddelde opdracht al twee jaar stilstaat of terugloopt |
Eén keer ja is ruis. Drie of meer betekent dat je op de verkeerde plek repareert. Niet in het verkoopgesprek, maar in wat er staat voordat dat gesprek begint. Dat is minder leuk werk, want het levert deze week niets op.
Wat je offerte wel en niet oplost
Je offerte is de laatste plek waar je iets kunt rechtzetten. En de duurste. Wat helpt daar nog wel? Drie dingen, en geen van drieën is een extra pagina.
Laat de eerste alinea over zijn situatie gaan en niet over jouw bedrijf. Zet erin wat je bewust niet doet, want dat durft een concurrent zelden over te schrijven. En geef een keuze tussen twee varianten in plaats van één bedrag, zodat het gesprek over welke gaat en niet meer over hoeveel.
En wat niet? Meer pagina's. Een dikkere offerte leest niemand, en hij verandert niets aan het beeld dat er al lag. Een merk dat wel scherp is doet dat werk weken eerder, en gratis.
Moet je korting geven om te winnen
Korting werkt precies één keer. Daarna is je oude prijs een openingsbod geworden, ook bij de klanten die je al hebt. Wil je toch bewegen? Beweeg dan op omvang of op planning en niet op tarief.
Minder werk voor minder geld houdt je uurprijs heel. Tien procent eraf niet. Bij een marge van twintig procent kost tien procent korting de helft van je winst op die opdracht. Reken dat één keer uit voor je laatste offerte.
Wanneer prijs wel het argument is
Hier moeten wij iets toegeven. Niet elke markt ontsnapt aan prijs. Bij Sessy gingen we ervan uit dat duurzaamheid het verhaal zou dragen. De marktvalidatie zei iets anders. Voor 95 procent van de kopers gaf de rekensom de doorslag.
Dat is bruikbaar, mits je het omdraait. Is de portemonnee het motief? Dan is de rekensom je verhaal, en die hoort vooraan te staan. Terugverdientijd. Opbrengst per jaar.
Wat het scheelt ten opzichte van niets doen. Dat is iets anders dan de goedkoopste zijn. Het is de enige zijn die durft voor te rekenen. Prijs is dan geen zwakte maar je positie, en die verdedig je met cijfers in plaats van met korting.
Wat je nu doet
Pak je laatst verstuurde offerte erbij, en de website van de partij die hem won. Streep in allebei elke zin weg die de ander net zo goed had kunnen schrijven. Kwaliteit, ervaring, betrokkenheid en korte lijnen gaan als eerste. Wat blijft er staan?
Blijft er aan jouw kant niets over, dan heb je geen prijsprobleem maar een keuzeprobleem. Dat los je niet op in het volgende voorstel. Wil je weten waar dat keuzeprobleem precies zit, doe dan de merkscan en laat vaststellen welke keuze je nooit hebt gemaakt.